Het Maastrichts Sinfonietta

Instore: Maastricht – Boekhandel Dominicanen   11:00 – 12:00

het Maastrichts Sinfonietta

Op 7 mei dit jaar heeft Junichiro Watahiki een concert geproduceerd met een door hem samengesteld orkest.
Ze hebben het orkest ‘het Maastrichts Sinfonietta’ genoemd.
Hij wil 30 september meedoen met als programma het octet van Schubert.
De bezetting is 1e viool, 2e viool, alt viool, cello, contrabas, clarinet, hoorn en fagot.
Totaal 8 musici.

 Het octet in F (D.803) is Schuberts grootste kamermuziekwerk (1824).
Het werd geschreven in dezelfde periode als het “Rosamunde”-kwartet en het kwartet “Der Tod und das Mõdchen”.

Ooit diende het unieke, vooral serene zesdelige Octet van Schubert vermoedelijk als een soort voorstudie voor zwaardere symfonische bezettingen. Het is in tweeërlei opzicht een uniek werk: het is zijn enige werk voor acht musici en geen enkele andere componist heeft voor dezelfde bezetting geschreven – twee violen, altviool, cello, contrabas, klarinet, fagot en hoorn.

Het stuk werd besteld door een Weense nobelman, Ferdinand Troyer, zelf een blijkbaar voortreffelijke klarinettist, die het wilde hebben als aanvulling op het Septet van Beethoven, dat destijds een grote populariteit genoot. Schubert voltooide zijn opdracht op 1 maart 1824, maar het stuk werd pas in 1827 voor het eerst uitgevoerd en moest nog zesentwintig jaar wachten voordat het in druk verscheen.

Het zesdelige werk duurt als alle herhalingen in acht worden genomen ruim een uur, maar de sfeer is dermate luchtig en afwisselend dat het geen minuut te lang is. De overeenkomsten met het werk van Beethoven zijn gering en het enige blijk van een hommage aan Beethoven door Schubert schuilt in het gebruik van op volksmuziek gebaseerde variaties in het vierde deel en de langzame inleiding van de finale (precies achttien maten, net als bij Beethoven).

Tot de aantrekkelijkste kanten van het octet behoren het fijnzinnige, onopgesmukte contrapunt en uiteraard als altijd de concentratie op heerlijke liedachtige melodieën, maar het opmerkelijkste facet van het werk schuilt in de moeiteloze integratie van de in potentie moeilijk te verenigen kleuren, waarbij de klarinet en de viool de hoofdrollen vervullen.